Dit webpad is geschikt voor groep 6-7-8
Leerkrachten: Klik op de link hierboven ↑ voor informatie over het antwoordblad.
Blad om je antwoorden op te schrijven kun je hierboven vinden. (Klik op het plaatje),
of in de 3e kolom in het blauwe vak:
(1e link: verwerkingsblad).
(Vraag aan je leerkracht wat je moet doen).
1.
Het carnavalsfeest is al honderden jaren oud.
Hoe oud het
precies is, dat weten we niet.
De verschillende volken
vierden al feesten in het voorjaar.
Het Carnavalsfeest wordt
gevierd voordat de Vastentijd begint.
Vroeger werd door veel mensen in de Vastentijd geen vlees gegeten.
Het Latijnse woord voor vlees is carne.
Veel mensen dachten/denken dat de naam “Carnaval” van de worden carne
en vale komt.
Maar de gewone mensen in de Middeleeuwen aten sowieso maar heel weinig (of nooit) vlees.
Daar waren ze te arm voor.
Dan hoefden ze dat vlees dus ook niet vaarwel te
zeggen.
Daarom is het waarschijnlijker, dat de naam “Carnaval” komt van de woorden
carrus
navalis.
Carnaval wordt ieder jaar gevierd, maar niet steeds op
dezelfde dag.
Op zijn vroegst 2 februari en op zijn laatst 8 maart.
Dat komt, omdat het Carnavalsfeest wordt gevierd vóórdat de Vastentijd begint.
De Vastentijd duurt 40 dagen en dán is het Pasen.
Dus tussen de 1e Carnavalsdag en 1e Paasdag zit dus 7
weken.
Maar Pasen valt ook niet steeds op dezelfde dag, en dus Carnaval ook niet.
Op de woensdag na de
Carnaval begint de Vastentijd.
Deze woensdag heeft een speciale naam.
De Vastentijd duurt 40 dagen.
De mensen aten dan het hoogstnodige en aten geen vlees.
Ook gebruikten ze geen
alcohol en lieten allerlei lekkere dingen staan.
Voordat de Vastentijd
begon, wilden de mensen nog wel even flink eten, drinken en feest vieren.
Dat feest voor de Vastentijd werd “Vastenavond” genoemd.
Later werd het Carnaval genoemd, maar in Limburg heet het nog steeds
Vastenavond.
Tijdens het Carnaval krijgen veel plaatsen een andere naam
(vraag 5).
’s-Hertogenbosch (Den Bosch) heet tijdens de Carnaval: Oeteldonk
Het getal 11 speelt met
Carnaval een grote rol.
LEES DIT EERST
In dit webpad ga je vragen beantwoorden en opdrachten uitvoeren.
Om de antwoorden te vinden zul je verschillende websites bezoeken.
Deze sites kun je hieronder in deze kolom in het blauwe vak vinden.
Soms moet je een stukje lezen, een filmpje bekijken, of ergens naar luisteren.
Doe dit zo goed mogelijk!
Doe dit ook eerst, vóórdat je een antwoord wilt gaan opschrijven.
(Je hoeft dan niet meteen hulp te vragen)
Schrijf de antwoorden in het Worddocument (verwerkingsblad) dat je in de 1e kolom kunt vinden (bijna bovenaan) , of bij de 1e link in het blauwe vak hieronder.
Na de gewone vragen staan ook nog een aantal "doe-opdrachten".
Deze opdrachten kun je alleen of samen uitvoeren.
Aan het eind van het webpad, of misschien mag het wel tussendoor.
Vraag aan je meester of juf wat je mag doen.
Veel succes met dit webpad!
meester Jack Nowee
8.
Hoe goed en snel ben jij met dit spelletje?
Carnavals-memory is een leuk spel om thuis of op school te spelen.
Wie is de snelste van de klas?
Veel succes!